OVERBEZORGD?!

Het is zondagmiddag en ik scroll even door het nieuwsoverzicht van mijn social media-account. Mijn oog valt op een bericht van een bezorgde moeder. Ik scan het bericht en lees de volgende zinnen:

‘Elke keuze die ik maak, is voor mijn kind een kwestie van leven of dood. Elke dag opnieuw is het de vraag hoe we het einde van de dag bereiken zonder verkeerde keuzes te maken of in levensbedreigende situaties terecht te komen.’

Woont de moeder van B. in een oorlogsgebied? Dat zou namelijk logisch zijn….. Nee, het was een moeder uit het noorden van Nederland met een zoon met een ernstige notenallergie.

Dit soort berichten maken mij boos! Hoe durft deze moeder het leven van haarzelf en haar zoon zo vol te proppen met angst? Weet ze wel hoeveel psychische schade zij kan aanrichten door dit soort uitingen te doen en zich hiernaar te gedragen? Dat arme kind heeft dadelijk behalve een ernstige allergie ook een angststoornis. Ik vraag me dan af wat zijn levensgeluk uiteindelijk het meest zal beïnvloeden.

Uiteraard snap ik het gevoel van deze moeder wel heel goed. Op het moment dat ik als moeder hoorde dat mijn kind een voedselallergie van dusdanige ernst had voelde ik ook letterlijk doodsangst. Toch lukt het me de afgelopen jaren steeds beter om hier op een goede manier mee om te gaan. Op een manier waar ik trots op ben en een manier waarmee ik met best grote zekerheid durf te zeggen het goede voor Juul te doen.

Deze manier zal niet de enige goede manier zijn, maar wel een manier die bij ons gezin past. Een manier waarmee ik Juul alle ruimte en vrijheid geef en onszelf niet tekort doe met een leven in angst.

Graag zou ik je willen meenemen in hoe deze weg is gegaan en hoe ik de dingen zie. Dit om er wellicht voor te zorgen dat je als ouder handvatten krijgt in je eigen weg zoeken. Ik heb ook niet alle wijsheid in pacht, sterker nog, uiteindelijk doe ik net zoals elke ouder ook ‘maar wat’ maar wellicht heb je er iets aan.

Eerst angst daarna rouw

In eerste instantie voelde ik als moeder een ontzettend grote angst. Mijn kind kan doodgaan van dingen die je in de supermarkt kan kopen, die worden aangeprezen op reclames en die heel Nederland dagelijks eet. Slogans van Clavé met de vraag “wie is er niet groot mee geworden?” krijgen dan echt een hele vervelende lading. Op flessen schoonmaakmiddelen staan doodshoofden, om je te laten zien dat je deze echt niet mag innemen of bestaan er doppen met sluitingen die niet door kinderen open te maken zijn. Maar bij de supermarkt staan de noten, pinda’s en broodjes met sesam voor het grijpen. Het extreme contrast tussen dat ‘heel Nederland’ dit eet en mijn kind letterlijk doodziek of erger ervan wordt, is een complete ‘mindfuck’ die me met regelmaat ernstige hoofdpijn, spanning en nachtmerries heeft gegeven.


Wat ik merkte gedurende de eerste periode kun je misschien vergelijken met een klein rouwproces. Dit klinkt extreem, maar ergens moest ik afscheid nemen van een onbezorgdheid die er eerst wel was. Van een kind waar alles goed mee was, naar in mijn ogen een zorgenkindje. Zeker de eerste twee jaar ben ik in veel verschillende situaties terecht gekomen die dit op de een of andere manier triggerden. Ik merkte dat mijn bezorgdheid het steeds meer ging overnemen en ook ik het gevoel kreeg alsof ik in een oorlogsgebied woonde waar in plaats van met kogels met pinda’s en noten werd geschoten.

Zoektocht

Ik zocht veel informatie op internet, sloot me aan bij lotgenoot groepen en we werden bekend in het ziekenhuis bij de poli allergologie. Ook via social media kwam ik in aanraking met ouders die kinderen hadden met allergieën. Ik merkte hier een samenhorigheidsgevoel, maar ook een bepaalde mate van bezorgdheid geleid door angst, gebrek aan vertrouwen en misschien zelfs boosheid. Dit begon me steeds mee tegen te staan in combinatie met mijn eigen angst en bezorgdheid die hierdoor nog meer gevoed werd. Toentertijd schreef ik voor een allergieblogsite van een andere moeder wel eens artikelen, maar het maken ervan en het ermee bezig zijn kostten me veel energie. Daarom ben ik daar toen ook mee gestopt.

Wat ik wel steeds meer ging merken was dat de angsten die ik had geen positieve uitwerking hadden. Als ik ergens iets zag van pinda’s en noten werd ik boos. Als ik ze al rook maakte me dat misselijk en als Juul elke dag een stapje groter groeide, groeide mijn angsten ook.

Roer om

Op een geven moment zag ik in dat dit niet de goede manier was. Wat als ik mijn kind dadelijk zo bang maakte met mijn eigen angsten dat ze zich zo rot zou gaan voelen als ik? Wat als mijn kind net als ik bang zou worden dat ze op een dag dood zou gaan? Wat als Juul zich anders zou voelen dan andere kinderen? Toen ik me dat ging beseffen, besefte ik ook dat ik degene was die daar iets aan moest en kon doen.

Ik werk zelf in het (speciaal) onderwijs en wist daardoor ook hoe groot de invloed van het gedrag van ouders is op kinderen. Met die wetenschap heb ik hulp gezocht. Praten met iemand die buiten de situatie stond was voor mij erg helpend. Door gesprekken kon ik me steeds beter verplaatsen in wat voor moeder Juul nodig heeft. Ik heb kritisch naar mezelf gekeken als persoon en gezocht naar waarom ik de gedachten had die ik had, wat triggermomenten waren en wat hiervan de invloed was op hoe ik reageer.

NU

Uiteindelijk heb ik gemerkt dat het vooral belangrijk was om mezelf de vraag te stellen:

Stel ik was Juul, wat had ik dan nu nodig van mama?

Met deze vraag bedoel ik letter NU, op dit moment, deze dag, hier op dit moment.

Het is een irritante dooddoener maar zo ontzettend waar. Het heeft namelijk geen zin om me zorgen te maken over morgen, volgende week of nog later omdat ik niet weet hoe dat er uit ziet en ik dus ook niet kan weten waar die zorgen dan over zullen ontstaan.

Als ik denk in het nu, dan heeft Juul het nu bijvoorbeeld nodig dat ik zorg dat ze vandaag een extra snoepje in haar tas mee heeft naar de dansles voor als er een kindje zou trakteren. Punt.

Dit is de zorg van dat moment en die kan ik simpel oplossen.

Het klinkt zo makkelijk en daarom misschien ook echt irritant, maar geloof me en verplaats jezelf in je eigen kind op het moment zelf. Dan merk je dat er geen levensbedreigende situatie is, dat er geen pinda kogels worden afgeschoten en dat je door vaak een simpel iets precies kan doen wat er op dat moment nodig is.

En natuurlijk is het belangrijk om vooruit te kijken en te anticiperen op wat er komen gaat. Ik merk dat Joris en ik daarin een goed team zijn en ook weinig aan het toeval overlaten.

Het werkt goed om bepaalde routines te hebben rondom bijvoorbeeld feestjes, hobby’s, uiteten, enz.

Maak het daarin ook niet te zwaar voor jezelf, want ja, je moet aardig wat extra handelingen verrichten als je kind bijvoorbeeld naar een kinderfeestje gaat. Maar ook daar, door voor jezelf bijvoorbeeld een checklist te maken van de stappen die je vooraf even moet uitvoeren, is dat snel een routine die je niet veel moeite kost. En natuurlijk zijn er onverwachte momenten, maar daarvoor heb je dan nog kracht en energie over, die je gespaard hebt op de andere dagen.